Een hoogteverschil van meer dan 50 centimeter op het dak lijkt misschien niet zo bijzonder. Toch kan meerdere keren per dag op- en afklimmen of afspringen behoorlijk belastend zijn. Enkels, knieën, heupen en rug krijgen daarbij telkens een klap. Kom je verkeerd terecht, dan is een kneuzing zo opgelopen. Ook bij traptorens zien we dit in de praktijk. Soms is de toren net te hoog opgebouwd.
In looproutes op het dak komen hoogteverschillen regelmatig voor. Bij een dak-RI&E worden hiervoor gevelladdertjes of andere vaste voorzieningen genoemd. Maar zijn deze er nog niet, dan klimmen dakdekkers toch meerdere keren per dag zonder goede voorziening van het ene dak naar het andere. Voorkom dat medewerkers zelf iets gaan bedenken. Een pallet, een stapel isolatieplaten of een andere snelle oplossing lijkt misschien handig. Maar een pallet kan breken of verschuiven en isolatieplaten kunnen wegschuiven. Inventariseer daarom vooraf waar hoogteverschillen zitten en regel passend materieel.
Een hoogteverschil hoort bij de voorbereiding, niet bij improviseren op het dak.