Soms komen we tijdens een werkplekbezoek situaties tegen waar we toch even van opkijken. Zoals een propaangasfles die tussen het bouw- en sloopafval in een afvalcontainer ligt. Het lijkt ons niet dat een dakdekker dit gedaan heeft, maar de rol dakbedekking erbij is toch op zijn minst raadselachtig. Leeg kan deze fles niet zijn.
Zolang de afsluiter nog op de gasfles zit, spreken we niet van schroot (welke dakdekker levert er niet graag oud ijzer in), maar van een gasfles. Ook een “lege” gasfles bevat nog een kleine hoeveelheid propaan en staat bovendien nog onder druk. Daarom blijft deze onder de regels voor opslag en omgang met gasflessen vallen.
De PGS 15, de Nederlandse richtlijn voor de opslag van onder andere gasflessen, gaat daar ook vanuit. Een gasfles blijft een gasfles totdat deze op de juiste manier is ingeleverd en verwerkt. Het is dus niet de bedoeling om deze tussen het bouwafval af te voeren of op te slaan.
Los van het feit dat op de fles vaak statiegeld zit, is dit vooral een kwestie van veiligheid.
Een gasfles hoort rechtop, beschermd tegen beschadigingen en op een daarvoor geschikte plaats te worden opgeslagen, totdat deze wordt geretourneerd.